Mousses, schuimen en cremes ( 2 )

Soorten schuimen 

 
Meringue (gedroogde schuimen)
Meringues worden gemaakt door eerst een traditionele vloeibare schuim, meestal met verse eiwitten of eiwitpoeder, dan gedroogd in een oven met zeer lage temperatuur. Het resultaat is een knapperig en luchtig gebakken eiwit dat zijn vorm behoud. 
  
Solide schuimen (Brood / Cake)
Vergelijkbaar met gedroogde schuimen. Solide schuimen zijn meestal eiwitten die ook een soort bloem bevatten. In traditionele broden, is het ingesloten gas meestal koolstofdioxide: gist en zuiveringszout toegevoegd aan het brooddeeg reageren met zuren en suikers als het brood gebakken wordt. Een bekend voorbeeld is een spongecake. Een zeer luchtig gebak.
 
Mousse of dik schuim
De eerste schuimen waren mousses, de textuur hangt van de hoeveelheid geleermiddelen ( gelatine, agar-agar ) dat we toevoegen. Het heeft een vaste structuur als het bij kamertemperartuur geserveerd wordt. Dit schuim heeft een vaste consistentie maar toch een luchtige beet.
 
Dik vloeibaar schuim, espuma
Dik schuim maar toch een vloeibaar schuim. Dichte schuimen zijn in hoofdzaak schuimen gesuspendeerd in een vloeistof die onvoldoende geleermiddelen bevatten om vast bij serveertemperatuur weergegeven. Bijvoorbeeld een crème van aardpeer. 
 
Dun vloeibaar schuim
Dit type schuim valt tussen dik vloeibaar schuim en airs. Een zeer vloeibaar schuim met heel fijne kleine luchtbelletjes waarvan de consistentie vergelijkbaar is met een soep of saus.
Denk bijvoorbeeld aan het schuim van een Gin Fizz.
 
Airs, bubbels
Dit zijn echt luchtbellen die het aroma vasthouden. Dit soort schuim wordt gemaakt van zeer geconcentreerde vloeistoffen met een sterke smaak. 
gamba met schuim van lemoen

Fijn versus grof schuim
De textuur van een schuim varieert van fijn tot grof en verwijst naar de grootte en de egaliteit van de bellen. Slagroom is een voorbeeld van een fijn schuim. Een schuim met kleinere, zeer gelijkmatige fijne belletjes. Een schuim met grotere en meer uniforme bellen wordt beschouwd als grof schuim. Enkele voorbeelden van grof schuimen zijn cafe latte schuimen, airs, en het hoofd van licht bier.

 
Droog versus nat schuim
De natheid van een schuim heeft betrekking op de hoeveelheid vloeistof die in de structuur van de bellen aanwezig is. Gewoonlijk, hoe grover het schuim hoe droger het is.
Droge schuimen zijn voornamelijk luchtig en kan zeer licht zijn. De belletjes zijn meestal groter en hun smaak wordt verdund door het ontbreken van vloeistof. De meeste zeer droge schuimen worden aangeduid als "airs".
Natte schuimen hebben nog vloeistof in hun structuur. Ze kunnen variëren van lichte tot dichte schuimen. Het zijn meestal schuimen met een fijne structuur. Meest bekende natte schuimen zijn slagroom en schuim van een milkshake.
 
Luchtig versus stevig schuim
Schuimen kunnen variëren van zeer licht zoals airs tot zeer dichte, mousse-achtige. De dichtheid hangt af van de structuur en nattigheid van een schuim. Hoe fijner de belletjes en hoe natter het schuim, hoe steviger het wordt.
 
This website may use Cookies
This website may use Cookies in order to work better. At anytime you can disable or manage it in your browser's settings. Using our website, means you agree with Cookies usage.

OK, I understand or More Info
Follow us on Twitter
Find us on Facebook
Cookies Information
This website may use Cookies in order to work better. At anytime you can disable or manage it in your browser's settings. Using our website, means you agree with Cookies usage.
OK, I understand